Geneviève Paeme

Virtual assistant

www.paeme.eu

Groot, groter, te groot

Heb je het ook gelezen? Auto’s worden alsmaar groter en breder. Zo groot zelfs dat ze amper nog in een parkeervak passen. En dan zwijg ik nog over de ondergrondse parkings waar je tegenwoordig acrobatische toeren moet uithalen om er zonder schrammen weer uit te raken.

Ik moest spontaan glimlachen toen ik dat las. Want mijn autoverhaal is precies het omgekeerde: van groot en log naar klein maar fijn.

De “mama-wagen”

Mijn eerste auto was een Audi 100: vijf meter lang en 1,8 meter breed.
Mijn eerste werkgever noemde het een mama-wagen voor drie kinderen en dat terwijl ik toen nog vrijgezel was. In centrum Gent was parkeren een avontuur op zich. Ik koos mijn eerste appartementje omdat er een garage bij hoorde… die achteraf te klein bleek voor mijn auto.

Een slok op de borrel (of eerder: op de benzine)

Toen ik begon te werken in Brussel, reed ik elke dag heen en weer met dat beest van een wagen.
Hij slurpte niet alleen benzine, maar ook olie alsof het water was.
Tijd voor verandering: ik ging kleiner!

En zo begon mijn liefde voor de kleine auto. Elke nieuwe wagen werd een maatje kleiner, maar telkens een beetje slimmer, zuiniger en vrolijker.

De VW UP!  liefde op vier kleine wielen

Mijn laatste auto in België was een VW UP!, amper 3,6 meter lang en 1,6 meter breed.
Een droom van een compacte auto: wendbaar, zuinig en ideaal voor het stadsleven. En voor wie denkt dat die te klein is kijk maar eens op de Instagram van Nieuwen Bosch Humaniora Gent.  Daar bewezen ze dat er in een UP’ke maar liefst 15 volwassenen passen! Oké, als sardientjes in een blikje, maar ze passen!

Enter: het geitje

De wagen van mijn partner is een Citroën 2CV oldtimer, zelfs nog ietsje kleiner dan mijn UP!.
Maar wat een charme, het getik van de motor, de geur van benzine, het hobbelen over de baan, pure nostalgie. Ik begrijp dus écht niet waarom iedereen een grote SUV wil.
Meer brandstofverbruik, meer parkeerstress, en paniek in smalle straatjes.
Nee hoor, geef mij maar een klein autootje dat overal tussendoor glipt.

Van Vlaanderen naar Tenerife zonder onze autootjes

Toen we naar Tenerife verhuisden, bleven onze beide wagens in België achter.
Voorlopig rijden we hier met een huurwagen, wat wel handig is om nieuwe merken te testen. Maar ik mis toch mijn UP’je. De wegen hier zijn een avontuur: steile bergen, haarspeldbochten en pittoreske dorpjes met straatjes waar zelfs een scooter moet inhouden. Een auto moet hier dus sterk genoeg zijn om bergop te raken, maar klein genoeg om nergens vast te zitten.

Mijn UP’je is intussen gelukkig in goede handen bij mijn nichtje, maar ons geitje, die wacht nog trouw op ons. Halen we het ooit naar hier of kopen we een nieuw kleintje? We weten het nog niet.

Klein is fijn

Wat ik wél weet: ik blijf een fan van kleine auto’s.
Ze zijn zuinig, duurzaam, vriendelijk voor het milieu en voor mijn zenuwen tijdens het manoeuvreren.

Valt het jou ook op dat mensen vaak lijken op de wagen waarmee ze rijden:

Sommigen nemen veel plaats in, maken veel lawaai en verbruiken bakken energie. Anderen zijn compact, efficiënt en brengen je overal waar je moet zijn zonder veel gedoe. En jij? Ben jij team compact autootje of eerder grote bak?